Fiscale eenheid Vpb (Wet Vpb art. 15)

Moeder + dochter als één belastingplichtige - voorwaarden, voor- en nadelen.

Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (Wet Vpb art. 15) maakt van een moeder en haar dochters één belastingplichtige. De groep dient één Vpb-aangifte in; onderlinge transacties vallen weg uit de fiscale winst. Het regime is optioneel maar populair binnen concerns omdat het verliesverrekening tussen groepsmaatschappijen mogelijk maakt zonder formele winstoverdracht.

Voorwaarden voor een fiscale eenheid

Vier kerneisen. Eerst eigendom: de moeder bezit ten minste 95% van het juridische en economische belang in de dochter. Daarnaast: alle vennootschappen zijn gevestigd in Nederland of in een EU/EER-land waarmee NL een belastingverdrag heeft afgesloten met antidiscriminatie-clausule. Derde eis: alle entiteiten hanteren hetzelfde boekjaar. Vierde eis: hetzelfde fiscaal regime - geen mix van vrijgestelde beleggingsinstellingen en gewone Vpb-belastingplichtigen.

Voor- en nadelen

Voordelen: directe verliesverrekening tussen groepsmaatschappijen, intra-groep transacties hoeven niet at-arm's-length geprijsd; één aangifte vereenvoudigt administratie. Nadelen: verliezen van een individuele dochter zijn niet meer beschikbaar voor verkoop; de fiscale boekwaarden volgen de groep; en bij ontbinding van de eenheid kan een afrekenmoment ontstaan dat hoge belastingaanslagen oplevert. Veel concerns wegen de fiscale eenheid daarom periodiek opnieuw af, vooral bij voorgenomen verkoop van een dochter.

Het verzoek aan de Belastingdienst

Een fiscale eenheid ontstaat niet automatisch. De moeder dient een verzoek in (formulier 'Verzoek fiscale eenheid Vpb') waarin alle dochters met RSIN, ingangsdatum en eigendomspercentage worden opgenoemd. Het verzoek mag tot drie maanden na de gewenste ingangsdatum met terugwerkende kracht. Bij goedkeuring stuurt de Belastingdienst een beschikking; deze beschikking is benodigd voor de eerste gezamenlijke Vpb-aangifte.

RSIN-elfproef en andere validaties

Elk RSIN is een 9-cijferig nummer dat de elfproef moet doorstaan: (9·c1 + 8·c2 + 7·c3 + 6·c4 + 5·c5 + 4·c6 + 3·c7 + 2·c8 - 1·c9) deelbaar door 11. Een typfout in het RSIN van de dochter is een veelvoorkomende fout - de Belastingdienst weigert het verzoek dan zonder duidelijke uitleg. Taxmo handhaaft de elfproef bij elke toevoeging plus een eigendoms-toets (≥95%) voor de fiscale-eenheid-rol.

Veelgestelde vragen

Wat is een fiscale eenheid Vpb?
Een groep moeder + dochter waarbij de moeder ≥95% van de dochter bezit; voor de Vpb wordt de groep als één belastingplichtige behandeld (Wet Vpb art. 15). Onderlinge transacties vallen weg uit de fiscale winst.
Welke voorwaarden gelden?
≥95% eigendom (juridisch + economisch), alle entiteiten in NL of een geschikt belastingverdragsland, hetzelfde boekjaar, hetzelfde fiscaal regime.
Kan een fiscale eenheid met terugwerkende kracht ingaan?
Ja - het verzoek mag tot drie maanden na de gewenste ingangsdatum worden ingediend. Latere indiening verschuift de ingangsdatum naar het volgende boekjaar.
Wat is het verschil met een BTW-groep?
De fiscale eenheid Vpb (Wet Vpb art. 15) geldt voor de winstbelasting met 95%-eigendom. De BTW-groep / fiscale eenheid BTW (Wet OB art. 7 lid 4) geldt voor de omzetbelasting met economische, financiële en organisatorische verwevenheid. Een groep kan beide hebben - of slechts één.
Wat gebeurt er bij verkoop van een dochter binnen de fiscale eenheid?
De fiscale eenheid eindigt voor die dochter; er kan een afrekenmoment ontstaan over fiscale stille reserves en interne goodwill. Bij voorgenomen verkoop is een fiscaal voorafgaand advies aanbevolen om verrassingen te voorkomen.