CDD is het gewone cliëntenonderzoek (art. 3 Wwft), EDD het verscherpte onderzoek bij hoger risico en PEP's (art. 8) en SDD het vereenvoudigde onderzoek bij aantoonbaar laag risico (art. 6).
Een UBO is de natuurlijke persoon die een klant uiteindelijk bezit of controleert. Een PEP is iemand met een prominente publieke functie. Een UBO kan ook PEP zijn; dan is verscherpt onderzoek verplicht.
De Wwft heeft een eigen taal, deels Nederlands en deels Engels uit de Europese richtlijnen. Deze lijst legt de begrippen uit die je in leidraden, bij de toezichthouder en in Wwft-software tegenkomt: van cliëntenonderzoek (CDD) en verscherpt onderzoek (EDD) tot UBO, PEP, SIRA, FIU-Nederland, goAML, terugmeldplicht en AMLR. Per begrip staat waar het in de wet staat, zodat je het kunt nalezen.
Cliëntenonderzoek (CDD, customer due diligence): het onderzoek naar klant, UBO's en doel van de relatie uit art. 3 Wwft. Vereenvoudigd cliëntenonderzoek (SDD): de lichtere variant bij aantoonbaar laag risico, art. 6. Verscherpt cliëntenonderzoek (EDD, enhanced due diligence): de zwaardere variant bij hoger risico en PEP's, art. 8. Doorlopende monitoring: het blijven volgen van relatie en transacties, art. 3 lid 2 onderdeel d. Herkomst van middelen en vermogen: waar het geld van een transactie vandaan komt en waar het vermogen van de klant uit is opgebouwd, een vast onderdeel van verscherpt onderzoek.
UBO (uiteindelijk belanghebbende): de natuurlijke persoon die een klant uiteindelijk bezit of controleert, in de regel bij meer dan 25 procent belang of zeggenschap. Pseudo-UBO: het hoger leidinggevend personeel dat als UBO geldt wanneer er geen echte UBO is. PEP (politiek prominente persoon): iemand met een prominente publieke functie, inclusief familie en naaste geassocieerden, art. 8. UBO-register: het register bij de KvK waarin UBO's zijn ingeschreven. Terugmeldplicht: de plicht om afwijkingen tussen het register en je eigen bevindingen aan de KvK te melden.
SIRA (systematische integriteitsrisicoanalyse): de risicoanalyse van het kantoor zelf, art. 2b. Beleid en procedures: de gedragslijnen uit art. 2c. Compliancefunctie: de onafhankelijke functie die toeziet op naleving, art. 2d. Opleidingsplicht: art. 35. Bewaarplicht: vijf jaar, art. 33 en 34. BFT: Bureau Financieel Toezicht, toezichthouder voor accountants, belastingadviseurs en notarissen. AMLR: de Europese antiwitwasverordening, die volgens het BFT grotendeels vanaf 10 juli 2027 geldt, met AMLA als nieuwe Europese toezichthouder.
Ongebruikelijke transactie: een transactie die aan een objectieve indicator voldoet of waarbij een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering bestaat, art. 16. Objectieve indicator: een vaste drempel, zoals een contante betaling van 10.000 euro of meer. Subjectieve indicator: het eigen oordeel dat er aanleiding is om witwassen te vermoeden. FIU-Nederland: de Financiële inlichtingen eenheid waar je meldt. goAML: het meldportaal van FIU-Nederland. Geheimhoudingsplicht (tipping off): het verbod om de klant of anderen over een melding te informeren, art. 23. Economisch delict: niet melden valt onder de Wet op de economische delicten.