Vul je bruto jaarloon, de ingehouden loonheffing van je jaaropgaaf en je aftrekposten in. De tool berekent de inkomstenbelasting over je belastbaar inkomen, trekt de algemene heffingskorting en de arbeidskorting af, en vergelijkt de uitkomst met wat je werkgever al heeft ingehouden. Het verschil is je teruggaaf of je bijbetaling.
Bij een bruto loon van EUR 40.000 houdt een werkgever over het jaar ongeveer EUR 6.286 in. Heb je EUR 3.000 aan aftrekposten, dan is de verschuldigde belasting lager en krijg je naar schatting EUR 1.285 terug.
De berekening gaat over loon en aftrekposten in box 1. Spaargeld en beleggingen in box 3, een fiscale partner, toeslagen en een deel van het jaar in het buitenland veranderen de uitkomst. Doe je voor 1 april aangifte, dan streeft de Belastingdienst ernaar voor 1 juli bericht te sturen. Verwacht je elk jaar een grote aftrekpost, dan kun je in plaats van achteraf ook maandelijks een voorlopige teruggaaf krijgen. Je vindt de bedragen die je invult op je jaaropgaaf: het loon voor de loonbelasting en de ingehouden loonheffing. Had je in het jaar meer dan een werkgever, tel de jaaropgaven dan bij elkaar op.
Wanneer krijg ik geld terug? Meestal als je aftrekposten hebt die je werkgever niet kent, als je een deel van het jaar hebt gewerkt, of als je twee banen had waarbij de heffingskorting niet goed is toegepast.
Tot wanneer kan ik aangifte doen? Een teruggaaf kun je tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar aanvragen.
Waarom moet ik bijbetalen met twee banen? Beide werkgevers passen dan de loonheffingskorting toe, terwijl je er maar een keer recht op hebt.