Box 3 Overbruggingswet 2026 - drie rendementspercentages + tegenbewijsregeling

Per-categorie forfaitair rendement (banktegoeden, overige bezittingen, schulden) volgens Wet IB 2001 art. 5.2 - en wanneer werkelijk rendement aangeven loont.

Sinds het Kerst-arrest van de Hoge Raad (HR 24-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1963) is de oude Box 3 met een vlak forfaitair rendement onhoudbaar verklaard. De Overbruggingswet Box 3 (per 1 januari 2023, geldig tot en met fiscaal jaar 2027) splitst het vermogen in drie categorieen, elk met een eigen jaarlijks rendementspercentage: banktegoeden (laag), overige bezittingen (hoog), en schulden. Naar aanleiding van de Hoge Raad-arresten van 6 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:704, 705 en 706) en de Wet tegenbewijsregeling Box 3 mag de belastingplichtige bovendien zijn werkelijke rendement aangeven wanneer dat lager is dan het forfaitair berekende.

Hoe is de berekening opgebouwd?

Stap 1: vermogensgrondslag - banktegoeden + overige bezittingen - aftrekbare schulden. Schulden zijn alleen aftrekbaar boven de schuldendrempel (2026: EUR 3.800 per persoon, EUR 7.600 met fiscale partner). Stap 2: forfaitair rendement - banktegoeden x percentage banktegoeden + overige bezittingen x percentage overige - aftrekbare schulden x percentage schulden. Stap 3: effectief rendementspercentage = forfaitair rendement / vermogensgrondslag. Stap 4: heffingsgrondslag = vermogensgrondslag - heffingsvrij vermogen (2026: EUR 59.357 per persoon, gedubbeld met partner). Stap 5: voordeel uit sparen en beleggen = heffingsgrondslag x effectief rendementspercentage. Stap 6: belasting = voordeel x tarief Box 3 (36% in 2024-2026).

Welke rendementspercentages gelden voor 2026?

Definitief (publicatie Belastingdienst): 2023 banktegoeden 0,92% / overige 6,17% / schulden 2,46%; 2024 banktegoeden 1,44% / overige 6,04% / schulden 2,61%; 2025 banktegoeden 1,37% / overige 5,88% / schulden 2,70% (definitief vastgesteld februari 2026). Voor 2026 staat het forfait overige bezittingen al vast op 6,00%: de in het Belastingplan 2026 voorgestelde verhoging is door een aangenomen amendement van de Tweede Kamer geschrapt. De percentages voor banktegoeden (voorlopig 1,28%) en schulden (voorlopig 2,70%) worden pas in maart 2027 definitief vastgesteld op basis van DNB- en ECB-data. De banktegoeden-percentages zijn de grootste onzekerheid: die volgen de feitelijke DNB-spaarrente over het kalenderjaar.

Wanneer loont de tegenbewijsregeling?

Na de Hoge Raad-arresten van 6 juni 2024 en de Wet tegenbewijsregeling Box 3 mag de belastingplichtige het werkelijke rendement aangeven in plaats van het forfaitair berekende, mits het werkelijk rendement aantoonbaar lager is. Werkelijk rendement = ontvangen rente + dividend + (gerealiseerde + ongerealiseerde) waardeveranderingen, MIN beheerkosten. Vooral relevant bij: (a) aanzienlijke kasreserve op laagrentende rekening - waar 1,78% forfait niet matcht met 0,5% feitelijke rente; (b) verlies-jaar op effectenportefeuille; (c) onroerend goed met substantiele onderhoudskosten. De aanvraag verloopt via een formulier 'Opgaaf werkelijk rendement' bij de aangifte; bewijslast (rekeningoverzichten + transactie-history) ligt bij de belastingplichtige.

Hoe automatiseert Taxmo de toets?

Taxmo's IB-wizard heeft een speciaal Box 3-paneel met drie inputs (banktegoeden, overige bezittingen, schulden) en een tegenbewijsregeling-schakelaar. Het rekent live de forfaitaire som uit per actueel rendementspercentage, past de schuldendrempel toe, trekt het heffingsvrij vermogen af en toont de te betalen Box 3-belasting. Wanneer u de tegenbewijsregeling activeert en een lager werkelijk rendement invoert, neemt het systeem dat over - is het werkelijk rendement hoger dan de forfaitaire som, blijft het forfait (de wet voorziet niet in een ophoging). Een footnote markeert welk rendementspercentage nog voorlopig is, zodat u weet wanneer een definitieve herbereking nodig is.

Veelgestelde vragen

Wat is de Overbruggingswet Box 3?
De Wet rechtsherstel Box 3 (2022) en haar opvolger de Overbruggingswet Box 3 (per 2023) zijn de wettelijke reactie op het Kerst-arrest van de Hoge Raad. Ze vervangen het oude vlakke forfaitair rendement door een drie-categorieen-model: banktegoeden, overige bezittingen, schulden, elk met een eigen rendementspercentage. De regeling geldt fiscaal 2023 tot en met 2027 - per 2028 moet de wetgever overstappen op werkelijk rendement.
Wat is de schuldendrempel voor 2026?
EUR 3.800 per persoon, EUR 7.600 met fiscale partner. Alleen schulden boven deze drempel zijn aftrekbaar voor Box 3.
Wat is het heffingsvrij vermogen 2026?
EUR 59.357 per persoon (Wet IB 2001 art. 5.5), met fiscale partner gedubbeld tot EUR 118.714. Onder dit bedrag is er geen Box 3-belasting verschuldigd ongeacht het rendement.
Kan ik altijd de tegenbewijsregeling gebruiken?
Alleen wanneer uw werkelijke rendement (rente + dividend + gerealiseerde + ongerealiseerde waardeveranderingen - beheerkosten) aantoonbaar lager is dan het forfaitair berekende rendement. Bewijslast ligt bij de belastingplichtige (rekeningoverzichten + transactie-history).
Wat is het tarief Box 3 in 2026?
36% (Belastingplan 2024 verhoogde het tarief van 32% naar 36% per 1 januari 2024). 2026 onveranderd 36%.